Teelt
Spruiten worden onder andere geteeld in België, Nederland, Engeland, Duitsland en Polen. In Nederland staat ongeveer 4200 hectare spruiten, verspreid over circa 400 bedrijven. Deze koolsoort worden in ons land met name geteeld in Groningen, Flevoland, Zuid-Holland en Zeeland. Het heeft voornamelijk met de grondsoort te maken (kleigrond) dat spruiten in deze gebieden het meest geteeld worden.
Stronk met spruiten
Voor
de teelt is het van belang dat de grond een goede, fijne structuur heeft. Een
passende bodem veroorzaakt het minste schade door ongedierte als bijvoorbeeld
slakken. Indien de bodem te rijk is aan voedingsstoffen, doordat bijvoorbeeld
zelden een veel vragend gewas heeft gegroeid, kan een spruitenplant zich teveel
in de lengte richting gaan ontwikkelen. Dit leidt ertoe dat de plant lang en
slap wordt, waardoor deze kan omvallen en dit leidt tot kwaliteits- en opbrengstverlies.
Een goed evenwicht in de groeibodem van een spruitenplant is dus van groot belang.
Er bestaan vele verschillende soorten spruitenrassen, deze onderscheiden zich door met name de volgende eigenschappen:
De rassenkeuze is per teler verschillend. Spruitkooltelers poten jaarlijks diverse rassen om gedurende het gehele seizoen te kunnen leveren. Tevens is de rassenkeuze afhankelijk van de soort grond van de teler en wordt de keuze mede bepaald door het feit of de teler ook nog in maart met spruiten op de markt wil zijn, indien dit het geval is, is het van groot belang dat er onder andere vorstbestendige rassen worden gekozen.
De opkweek van jonge spruitenplantjes begint omstreeks januari – februari. Gedurende deze periode worden de spruitenplantjes gezaaid in trays. Dit zijn bakken met circa 300 gaatjes met grond. Deze worden automatisch ingezaaid. De trays worden uitgezet in kassen, zodat het zaad zich gedurende ongeveer 3 maanden kan ontwikkelen tot een plantje van circa 10 – 15 cm lang. Vanuit de kas is de plant nu geschikt om in de vollegrond (buiten) geteeld te worden. Na enkele dagen wennen aan het temperatuurverschil, kunnen de spruiten worden gepoot.
Spruitenpoter 
Het
poten gaat net als het inzaaien ook in fases. Spruitenplanten die de eerste
weken van april worden gepoot, kunnen eind augustus worden geoogst. Spreiding
van het poten is noodzakelijk, anders zijn alle rassen tegelijkertijd oogstbaar
en dit is onmogelijk gezien de capaciteit van het oogsten. Het poten van spruitkoolplanten
gaat machinaal met een zogenaamde ‘spruitenpoter’.
De planten worden op rijen gepoot, waarbij de afstand tussen de rijen 75 centimeter
is en de afstand tussen de planten kan ingesteld worden van 36 tot 42 centimeter.
De afstand tussen de planten is bepalend voor de grofte van de spruiten. Als
de afstand groter is, bijvoorbeeld 40 cm. leidt dit tot grotere spruiten, omdat
de plant meer ruimte en dus meer licht heeft.
Spruiten worden gepoot in de periode april – mei. De oogstwerkzaamheden verlopen van eind augustus tot ongeveer maart. In de periode tussen het poten en het oogsten, is het voor de teler van belang zijn gewas te onderhouden en het onkruid tussen de planten te verwijderen. Dit gebeurt deels machinaal, met een schoffelmachine. Ook wordt handmatig onkruid verwijderd, door middel van een schrepel. Een schoon gewas is een vereiste. Veel onkruid kan overigens leiden tot remming van de groei en het aantrekken van ongedierte.
Er zijn ook rassen die enkele weken voor het oogsten ‘getopt’ worden, dit wil zeggen dat de kop van de planten wordt ingeslagen om de lengtegroei te stoppen en de groeikracht te verplaatsen in de kleinere spruiten aan de stam, zodat deze grover worden.
Spruitenplukker
De
oogstwerkzaamheden geschieden tegenwoordig hoofdzakelijk machinaal, met een
zogenaamde ‘spruitenplukker’. Het komt nog sporadisch
voor dat telers de eerste spruiten met de hand van de stam afplukken, zodoende
worden alleen de grovere spruiten geplukt. De fijnere spruiten laat de teler
dan zitten, voor de volgende ronde dat hij plukt. Als machinaal geoogst wordt
is er geen keus, de gehele stronk (circa 1 – 1.30 meter lang) wordt in één keer
kaalgeplukt. De stronken, waaraan de spruiten groeien, en het blad blijven achter
op het perceel.
Sorteermachine
Uitleesband
Nog op dezelfde dag worden de geoogste spruiten gesorteerd op maat en worden de onregelmatigheden (rotte en misvormde) uit de partij verwijderd (uitlezen). Dit gebeurt door middel van een sorteermachine, waarbij diverse mankrachten het product uitlezen. Sinds enkele jaren bestaat ook een ‘uitleesautomaat’. Deze automaat neemt het werk van de mankrachten over en zorgt dat de verkeerde spruiten uit de partij worden verwijderd. Spruiten worden gesorteerd op de maten A, B, C, D. ‘D’ is de fijnste sortering, oplopend naar grof volgen dan ‘A’, ‘B’ en ‘C’. Als de spruiten gesorteerd zijn, worden ze verpakt en gekoeld, waarna het product binnen enkele uren naar veiling, handelaar of grossier wordt vervoerd.